Walter Hilgers
Walter Hilgers
Via een lange omweg ben ik bij beeldhouwen terechtgekomen. Mijn arbeidzame leven begon ik bij Bouwgroep Lent, waar we woningen verbeterden, vooral voor woongroepen, met subsidie van de overheid. Het was ambachtelijk werk. Toen dat project ophield heb ik me, na een tip van een vriend, bij de HAN omgeschoold voor docent economische vakken. Dat interesseerde me. Te meer omdat ik vond dat er in de linkse scene te weinig aandacht was voor het belang van economie. Eind jaren negentig studeerde ik af. Ik kreeg een baan bij Centrum Vakopleiding Nijmegen, waar ik met volwassenen werkte. Helaas vond de landelijke overheid dat deze centra een te dure vorm van opleiding vormden. Ze werden opgeheven en ondergebracht in ROC’s. Zo kwam ik bij ROC Nijmegen terecht. Het werken met pubers, een onbekend terrein voor mij waarvoor ik geen enkele pedagogische opleiding had, was een cultuurschok. Maar uiteindelijk heb ik daar tot mijn pensioen gewerkt. Vooral stagebegeleiding vond ik leuk.
In vakanties ging ik met het gezin vaak kerken bezichtigen. Ik was gefascineerd door de beelden, binnenin en aan de buitenkant. De spuwers. Ambachtslieden die jaren niets anders deden dan beelden maken. Zo veel mensen die samen een kathedraal bouwden. Mijn gezin wist van mijn enthousiasme en gaf mij rond 2007 een cursus beeldhouwen cadeau, aan de Lindenberg, bij Ruud Schrijvershof. Het was geweldig! Toen vijf jaar later de condities voor beeldende cursussen slechter werden, stopte Ruud op de Lindenberg. Hij ging thuis in Linden lessen verzorgen. De cursisten gingen mee. Ruud zorgde voor een inspirerende én gezellige omgeving, waar ik mij in allerlei technieken kon bekwamen. Fantastisch om een hele dag alleen maar met beeldhouwen bezig te zijn. Geconcentreerd. En we werden een vriendengroep. Maar ook hieraan kwam een eind toen Ruud er in 2024 mee stopte. Toen zocht ik een nieuwe club om mij bij aan te sluiten. Ik vond die in Groep 85.
Eigenlijk werk ik alleen figuratief, maar langzamerhand steeds meer geabstraheerd. Het beginpunt is altijd een foto, die ik ergens van een beeld heb gemaakt. In de publieke ruimte, of in een museum. Af en toe maak ik eerst een modelletje in klei. Als ik eenmaal bezig ben, zoek ik foto’s op waar details te zien zijn die ik in mijn beeld kan gebruiken. Bijvoorbeeld voor mijn gargouille (waterspuwer). Ik ben nu vijftien jaar bezig en heb al heel wat beelden gemaakt, in allerlei soorten materiaal (Ardenner hardsteen, roze marmer uit Griekenland, brons, diverse albasten, DAS-klei). En nu voor het eerst ook in hout. Ik werk mijn beelden altijd gedetailleerd uit. Zoeten of polijsten. Geen snel werk! Elektrisch gereedschap gebruik ik nooit, of het moet zijn om in het begin een groot stuk van een steen af te halen. Alles met de beitel: puntbeitel, letterbeitel.
Bijna al mijn beelden hebben bijzondere betekenis voor mij, maar als ik er eentje moet uitlichten, dan is het de pleurant (bewener) die ik maakte na het overlijden van mijn tweede vrouw in 2012. Ik ben meerdere keren met het gezin naar Vézelay geweest, naar de basiliek van Sainte-Marie-Madeleine, met een Romaans schip en zonverlicht Gotisch koor. En in Dijon bezochten we het museum met de praalgraven van de hertogen van Bourgondië. Ik werd van mijn stuk geblazen! Een van de pleurants heb ik nagemaakt.















