Jan Willem Lackamp
Jan Willem Lackamp
Heel lang was het mijn droom om te kunnen beeldhouwen. Het harde materiaal, het proces om er echt een beeld uit te halen. Maar het kwam er nooit van. En ik had het ook te druk met mijn baan en andere activiteiten daar rondom heen. Toen ik een keer met mijn zoontje naar een open dag van de Lindenberg ging om voor hem een cursus muziekoriëntatie te zoeken, stuitte ik op mensen die op de binnenplaats aan het beeldhouwen waren. Dat wilde ik ook! Helaas was ik te laat. De groepen ‘beeldhouwen in steen’ zaten vol. En ik vergat het weer. Eind jaren negentig was ik er eindelijk op tijd bij. Een paar jaar had ik les op vrijdagavond, van Peter Dekkers en Ruud Schrijvershof. Daarna kon ik overstappen naar de zaterdaggroep, bij Fred Broekkamp. Daar viel ik met mijn neus in de boter. Het bleek een vaste cursusgroep te zijn, die weliswaar een docent van de Lindenberg had maar in feite zelfsturend was. Ze noemden zich Groep 85. Er was geen lesprogramma. Alleen in naam een cursus. We leerden van elkaar. Het was een warm bad.
Ik vind het heerlijk om aan een beeld te werken. Dan vergeet ik wat er om me heen gebeurt en ben alleen met de steen bezig. Zoeken naar de goede vorm. Zeer ontspannend. Werken in een groep, op de vaste zaterdag, betekent ook dat er duidelijkheid is: zaterdag = beeldhouwen. Beeldhouwen is niet mijn enige ‘hobby’. Veel vrije tijd gaat ook zitten in activiteiten met betrekking tot natuurkunde, tuinieren en bestuurswerk. Alles op zijn tijd. Maar langzamerhand verandert dat – hopelijk kom ik vaker naar het atelier. Inmiddels ben ik een kwart eeuw aan het beeldhouwen. Heel wat beelden heb ik gemaakt. Meestal begin ik met de steen en bedenk wat ik eruit kan maken. De steen kan gekocht zijn, maar het liefst werk ik met stenen die ik op vakantie vind. Zoals vuursteen uit Picardië, diabas uit Sauerland, zwerfsteen uit Saksen. In Metz zag ik oude gebouwen van een gele steen. Toen ben ik in de omgeving gaan zoeken naar waar die vandaan konden komen. Ik stuitte op het gehucht Jaumont (gele berg). Daar verzamelde ik een aantal grote stenen die langs de kant van de weg lagen. Ik werk niet alleen in steen, maar ook in hout. Vaak met gekregen stukken, bijvoorbeeld letterhout uit Suriname, buxus uit Frankrijk of inlandse kastanje. Houtsnijden heeft overeenkomsten met hakken in steen, maar de verschillen zijn groter. Je moet rekening houden met de draad van het hout. Harde steensoorten zijn daarentegen vaak homogeen.
Steeds vaker werk ik figuratief. Beelden die ergens op moeten lijken, vind ik spannender om te maken. Het kan fout gaan – en dat wil nog wel eens gebeuren – en dan moet je een manier vinden om er toch weer goed uit te komen. Van de andere kant wil ik ook weer niet dat het té goed lijkt. Ik wil wel een zekere mate van abstractie. Ook dat is zoeken. Een voorbeeld daarvan is de kop die ik van mijn schoonmoeder maakte ter gelegenheid van haar honderdste verjaardag. Wat doe ik met de bril? Wat met het haar? Aan het eind van de dag maak ik meestal van zes kanten een foto van het beeld in wording. Daarmee heb ik huiswerk om thuis voor te bereiden wat mij de volgende keer te doen staat. De laatste paar jaar dat leden van Groep 85 in Portland konden werken, kon ik ook mee. Machinaal werken in grote stenen. Het was een geweldige ervaring. Nu ga ik jaarlijks een paar keer een week naar de groeve in Les Avins. Ik vind het geweldig om monumentale beelden te kunnen maken.


































