Christine Thijsen
Christine Thijsen
Al mijn hele leven vind ik het leuk om dingen te maken – schilderijen, beeldjes. Ik kom dan ook uit een creatief milieu. Mijn moeder schilderde en boetseerde. Er lag altijd verf, papier en knutselmateriaal klaar. Je kon altijd een plekje vinden om aan de slag te gaan. De vader van een vriendin van mij was de kunstenaar, Ted Felen. Bijna magisch om te zien hoe uit niets iets tevoorschijn komt, een vorm die wat uitstraalt. Er werd thuis ook gemusiceerd. Ik speel zelf verschillende instrumenten, waaronder de Schotse bagpipe. Ik houd van Keltische muziek. Al heel lang mediteer ik. Het geeft me de gelegenheid om los te komen van al het denken. Het geeft een ruimer perspectief. Een open en nieuwsgierige houding naar het leven past bij mij.
Het was mijn zus Gabriëlle die mij een jaar of vijf geleden vroeg of ik zin had om deel te nemen aan een workshop beeldhouwen van Fred Broekkamp in de theetuin van de Hortus in Nijmegen. Dat was een hele ontdekking! Daarna heb ik een paar jaar bij hem in het atelier gewerkt. Samen met Gabriëlle ben ik overgestapt naar Groep 85.
Ik begin nooit met een idee. Altijd met de steen. Serpentijn, seleniet, albast. Zelfs Belgisch hardsteen, al is die wel wat hard. Ik zoek een steen die me spannend lijkt. Dat kan zelfs een kubus zijn. Vervolgens onderzoek ik de mogelijkheden. Op gegeven moment zie ik de vorm. Tot nu toe heb ik alleen figuratief gewerkt. Ik ontdekte dat de vogel in al zijn simpelheid een heel sterke vorm is. In 2024 ben ik voor het eerst mee geweest naar de groeve in Les Avins, in de Ardennen. Werken in grote stukken hardsteen. Heftig! Het vraagt geduld. Maar het was letterlijk geweldig. Leuk om te doen. Tot nu toe heb ik een tiental beelden gemaakt. Het beeld waar ik het meest aan gehecht ben is een olifant. Het was een onmogelijke steen. Ik heb er zó op geploeterd. En dat je dat er niet meer aan afziet! Het heeft, met zijn slurf, een subtiele uitstraling.







